Wakeboarden

Een spectaculaire sport, populaire en nog altijd groeiend over de hele wereld. Het is erg eenvoudig te leren en lijkt veel op snowboarden.

Wakeboarden is een sport voor jong en oud.

Als je je balans op de waterski’s hebt gevonden kun je de uitdaging op een board aangaan. Onze instructeurs geven graag alle informatie en uitleg om zo snel mogelijk rond te gaan. Bij een Wakeboard zijn met minder inspanning en oefening nodig dan bij een figuurski, om de meest wilde sprongen en salto’s te maken. Onze instructeurs helpen je met alle plezier telkens stap voor stap naar een hoger niveau.

Slalomski

Slalom wordt gedaan op een Slalomski. Dit is een lange Mono ski met skeg. De bodem van de ski is hol, zodat de kanten goed in het water kunnen snijden en je met je oren over het water door de bochten kan draaien. Een mono ski snijdt zo goed, dat je bij 30 km/uur bijna zinkt. Normale snelheden zijn 42 tot 58 km/uur. Dat is recht onder de baan gemeten. Door het slalommen kan de snelheid oplopen tot 80-90 km/uur.

Een wedstrijd gaat als volgt: Op het lange rechte stuk liggen er zes boeien 11.50 meter uit het midden van de baan; rechts, links, rechts, links, rechts, links en op het einde in het midden nog twee boeitjes naast elkaar als finishpoortje.

Eerst proberen alle skiërs de zes boeien te halen bij 42 km/uur. Wie dit lukt mag het nog eens proberen bij 3 km/uur sneller, totdat de laatste ronde op 58 km/uur alle boeien zijn gehaald. Degenen die dan nog alle boeien halen, gaan verder met een kortere lijn. Telkenmale wordt de lijn ingekort. Degene die met de kortste lijn de meeste boeien haalt is de winnaar. Het record ligt op één boei met een lijnlengte van 9.75 meter bij een snelheid van 58km/uur. Slalom is een combinatie van kracht en coördinatie.

Shortboarden

Shortboarden wordt gedaan op een trickski. Dat is een korte brede ski zonder vin/skeg. De voorste voet staat in de skirichting. De achterste voet staat daar onder 45 graden achter. Door het grote oppervlak, kan je al op een lage snelheid van 30 km/uur skiën. Doordat de ski geen vin/skeg heeft, is deze extreem wendbaar.

Tijdens een wedstrijd gaat het er om dat je binnen een bepaalde tijd zo veel mogelijk figuren maakt. Elke figuur levert een bepaald aantal punten op, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad. Figuren zijn: salto, hele/halve draai links/rechts om, met de voet in de toe-hold, etc.

Springen

Gesprongen wordt er over een grote schans, waar water over gepompt wordt, om hem glad te houden. De springer staat op twee springski’s. Deze zijn iets langer en een stuk breder dan gewone ski’s.

De schans is instelbaar 1,40 tot 1,80 hoog en ligt naast de baan.

De skiër hangt eerst recht achter de baan en maakt vervolgens een slalomzwaai van helemaal rechts naar helemaal links. Op topsnelheid katapulteert hij zich over de schans. Zo kunnen afstanden gesprongen worden van 40 tot 50 meter. Vallen is dan niet fijn….. Degene die het verste springt heeft gewonnen. 

Springen vereist naast oefening vooral timing en moed.

Blootvoet

Blootvoeten is zeer spectaculair. Dit moet op hoge snelheid; 70 km/uur.

Het starten is het lastigst; eerst laat je je met je voeten naar voren op je rug slepen. Dan probeer je met iets gespreide benen te gaan staan. Sta je iets verkeerd, dan zie je totaal niets meer door je eigen sproeiregen. Nog ietsje meer fout, dan sla je binnen een honderdste seconde met 70 km/uur voorover met je gezicht op het water….

Het is duidelijk dat je hiervoor volkomen strak water nodig hebt. Daarom staan de echte blootvoeters ’s ochtends om zes uur of ’s avonds laat op de baan. Maar met name hier geld laat je begeleiden door een geode instructeur.

Wakeskate

Wakeskate is een combinatie tussen wakeboarden en skateboarden.

Een wakeskate is dus eigenlijk een skateboard, maar dan voor op het water. Een wakeskate heeft geen bindingen waarin je voeten vast zitten, je staat er los op.

Dit kan gewoon op blote voeten, of eventueel op een paar oude sportschoenen. De bovenkant is gemaakt van ruw materiaal, zodat je voldoende grip hebt.

Verschillen:
Bij wakeboarding sta je in bindingen, maar bij wakeskating sta je los, op blote voeten of op speciale schoenen. Toch zitten er duidelijk grotere verschillen tussen het wakeboarden en het wakeskaten. De tricks op een wakeskate zijn anders dan de tricks die gedaan worden door wakeboarders. Zo is het bijvoorbeeld bij het wakeskaten erg populair om sliders en rails te nemen. De tricks die gedaan worden zijn eigenlijk bijna hetzelfde als de tricks die ook op skateboards gedaan worden. Denk bijvoorbeeld aan een kickflip of een shuvit. Het duurt echter heel lang voor je een sprong zo goed onder de knie hebt dat hij bijna niet meer fout gaat.

Als beginner word je vaak het advies gegeven om er voor de zorgen dat je het board eerst totaal onder controle krijgt voordat je er tricks op gaat doen, want een goede basis is erg belangrijk bij het wakeskaten. De eerste trick die de meeste beginners doen is een ollie, dit is het omhoog flippen van het board en weer landen. Dit is de basis van alle tricks en vanuit hier kan dus een nieuwe trick geleerd worden.

Kneeboarden

Het is een leuke sport voor jong en oud, je zit met je knieën op het board en dus veel lager op het water, hierdoor stuur je niet met je voeten maar met je lichaam. Kneeboarden is over het algemeen gemakkelijker dan waterskiën of wakeboarden. En is ideaal voor kleine kinderen.